‘Opvang na trauma moet niet doorslaan’ Bijzijn, november 2005

Bijzijn, (Tijdschrift voor verpleegkundigen en verzorgenden)
jaargang 0, nummer 0, november 2005,

Vraag & Antwoord

‘Opvang na trauma moet niet doorslaan’

door Paulien Spieker

Huub Buijssen is psycholoog en schreef boeken over depressie bij ouderen, palliatieve zorg, mantelzorg en traumatische ervaringen in de zorg. Over dat laatste onderwerp verschenen maar liefst acht boeken van zijn hand.

Vanwaar die fascinatie voor verpleegkundigen die traumatische ervaringen in de zorg dingen meemaken?
“Eigenlijk is dat bij toeval ontstaan. Ik werkte bij de kruisvereniging in Breda, toen ik werd gevraagd om parttime voor de politie op te treden als psycholoog die agenten met een traumatische ervaring moest opvangen. Toen ik dat een paar jaar had gedaan was er in Amsterdam een wereldcongres over Post Traumatische Stress Stoornissen (PTSS). Voor allerlei beroepen die een verhoogd risico lopen te maken krijgen met traumatische ervaringen was er aandacht Behalve voor …verpleegkundigen.
Ik had een schoonzus die verpleegkundige was en die uit het vak was gestapt na een nare ervaring met morfine. Ik heb toen voor Verpleegkunde Nieuws een artikel geschreven over schokkende ervaringen met daarbij wat tips. Op dat artikel kreeg ik heel veel reacties, zelfs jaren later nog. Zo is het balletje gaan rollen.”

Is er inmiddels veel verbeterd in de opvang van mensen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt?
“Ja. Hoewel het fenomeen PTSS nog niet zolang ‘bestaat’. Toen de oorlogsveteranen uit Vietnam terugkwamen, kwam er voor het eerst aandacht voor. In de verpleging werd het pas midden jaren negentig een onderwerp. Nu hebben de meeste ziekenhuizen de traumaopvang geregeld. In de zorg voor verstandelijk gehandicaptenzorg en de GGZ is naar schatting een kwart nog niet zo ver. Maar mijn zorg is nu dat het doorslaat naar het aanbieden van te veel zorg.”

Hoezo?
“Opvang na traumatische gebeurtenissen is net als rouw tijdgebonden. Begin jaren zestig werd Jacqueline Kennedy de heldin van het volk omdat ze zo flink was; ze had tijdens de begrafenis van haar man niet gehuild. In die tijd moest je je groot houden. Toen prinses Diana stierf was dat heel anders. Queen Elisabeth werd zelfs gekapitteld omdat ze te weinig medeleven toonde. Dat zie je ook in de zorg. Nu moet je het er veel over hebben. Terwijl niet iedereen daar behoefte aan heeft en – nog belangrijker – het is niet voor iedereen goed.”

Wat is de beste manier om gekwetste collega’s op te vangen?
“Er ergens tussenin gaan zitten. Niets voorschrijven, maar aan de mensen zelf vragen waar zij behoefte aan hebben. Er zijn. Betrokkenheid tonen en je eigen behoefte daarbij even opzij zetten. En niks forceren. “

Hoe komt het dat de één niet ziek wordt en een ander wel een PTSS ontwikkelt?
“Mensen verschillen. Het hangt af van de ernst van het trauma en de mate van blootstelling. Maar vooral ook van de mate van kwetsbaarheid van het individu. Een kwart van de mensen is extra kwetsbaar. Deze mensen hebben meer risico op een PTSS.”

Jij bent psycholoog maar vindt dat mensen na een traumatische ervaring niet meteen door een professionele hulpverlener moeten worden opgevangen. Hoe zit dat?
“Als je er eenmaal in verdiept, merk je dat mensen het niet zo prettig vinden als er meteen een vreemde hulpverlener op hen wordt afgestuurd. Ga jezelf maar na. Als er iets naars gebeurt ga je het liefste naar een goede vriend of vriendin, iemand van je familie, of een naaste collega.”

Ja, maar professionals hebben er voor doorgeleerd.
“Uit onderzoek blijkt ook dat mensen die worden opgevangen worden door professionals slechter af zijn dan zij die worden opgevangen door hun naasten. De professionele hulpverlener moet op de achtergrond blijven. Pas als iemand vastloopt, kan een professional worden ingeschakeld.”

Huub Buijssen werkt mee aan de nieuwe rubriek ‘Dilemma’s’, waarin hij als één van de deskundigen tips en adviezen geeft aan verpleegkundigen of verzorgenden die op hun werk geconfronteerd worden met lastige kwesties of dilemma’s.

‘Flink zijn is Link. De gevaren van het doorlopen met de gevolgen van een schokkende gebeurtenis.’ De Dordtenaar, 11 oktober 2001”

Het Albert Schweitzer ziekenhuis belicht vandaag tijdens het symposium ‘Flink zijn is Link’ de gevaren van het doorlopen met de gevolgen van een schokkende gebeurtenis.

Door Jill Waas
DORDRECHT – Een verpleegkundige ziet een patiënt, die ze heeft proberen te reanimeren, onder haar handen sterven. Vervolgens reageert de zoon van de patiënt zijn emoties af op haar. „Ik krijg je nog wel, je hebt mijn moeder dood laten gaan”, bedreigt hij de verpleegkundige.

Een verpleger heeft zijn nichtje verloren bij een auto-ongeluk en een paar weken later komt een meisje van dezelfde leeftijd binnen op de afdeling die zwaargewond is geraakt bij een aanrijding. Of een verpleegster prikt zich aan de naald waarmee ze zojuist bloed heeft afgenomen bij een HIV-geïnfecteerde. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van gebeurtenissen die tot traumatische ervaringen kunnen leiden bij ziekenhuispersoneel. Het komt vaak voor dat het slachtoffer de ervaring niet verwerkt, zijn gevoelens wegstopt en gewoon doorgaat. Dat is verkeerd, vindt het Albert Schweitzer ziekenhuis. Tijdens het symposium ‘Flink zijn is Link’ belicht het ziekenhuis de gevaren van het doorlopen met de gevolgen van een schokkende gebeurtenis. „We willen onze medewerkers duidelijk maken dat ze hulp moeten zoeken als ze met nare gevoelens door zo’n ervaring blijven rondlopen. Erover praten helpt, maar beseffen dat het normaal is dat je heftig reageert op zo’n gebeurtenis is het belangrijkste. Ook moeten medewerkers alert zijn op collega’s die iets vervelends meemaken en elkaar opvangen. Gewoon doorgaan en denken dat de gevoelens vanzelf verdwijnen, is gevaarlijk. Verwerk je een gebeurtenis die een diepe indruk op je maakt niet goed, dat steekt de pijn altijd op een onverwacht en ongewenst moment de kop op. Het gevolg kan zijn dat personeelsleden concentratieproblemen krijgen, heel angstig of onzeker worden en zelfs thuis komen te zitten met psychische problemen of een totale burn-out”, zegt beleidsmedewerker Sylvia Mol die het project Vangnet coördineert. Het rapport van de Arbo Unie uit 1999 liegt er niet om: meer dan dertig procent van de gezondheidsklachten van personeel van het Albert ziekenhuis wordt gevormd door klachten van psychische aard. „Het is alleen moeilijk aan te tonen of het door een ingrijpende gebeurtenis op het werk komt. Vaak speelt er meer en is de traumatische ervaring de druppel”, zegt voorzitter J. Hochstenbach van de Arbo- stuurgroep in ziekenhuismagazine Remedie.

Vangnet
Het Albert Schweitzer ziekenhuis is vorig jaar gestart met Vangnet, een project waarin de opvang van collega’s door collega’s na een ingrijpende gebeurtenis centraal staat. Zes medewerkers van het ziekenhuis zijn getraind om collega’s op te vangen en daar komen er nog vier bij. De Vangnetmedewerkers voeren gesprekken, geven emotionele steun en verwijzen het personeelslid indien nodig door naar de bedrijfsarts. Die kan het slachtoffer weer doorverwijzen naar een externe in traumaverwerking geschoolde therapeut. Een belangrijke rol is ook weggelegd voor de mensen op de afdelingen zelf. „Verpleegkundigen zijn verplicht elkaar op te vangen. Wie de traumatische ervaringen van zichzelf afdoet als aanstellerij, kan ook voor een ander niets betekenen”, verklaart Mol. „We moeten voorkomen dat mensen helemaal afknappen op hun beroep doordat ze hun gevoelens wegstoppen. Er zijn al enorme tekorten in de gezondheidszorg en het zou vervelend zijn als die nog groter worden als gevolg van traumatische ervaringen bij het personeel als dat niet goed wordt opgevangen.”

Uit de evaluatie van de Arbo-wet (Soethout en Sloep, 2000) is gebleken dat met name verpleegkundigen eerder dan de gemiddelde mens in aanraking komen met een opeenstapeling van indringende gebeurtenissen. Zo worden bijna dagelijks geconfronteerd met verlies, dood en verdriet. Behalve bovengenoemde voorbeelden zijn er volgens Mol nog tientallen gebeurtenissen te noemen die kunnen leiden tot traumatische ervaringen. „Geweld, bedreigingen of intimidaties door patiënten of bezoekers, seksuele intimidatie en pesten van collega’s en leidinggevenden, patiënten die zichzelf iets aandoen, een verpleegster met een incestverleden die van een collega een goedbedoelde tik op haar billen krijgt, een patiënt waarmee een verpleegkundige een hechte band heeft die komt te overlijden, een ongeluk met een groot aantal zwaargewonden, ruzies tussen patiënten en familieleden enzovoorts.

 

‘Taboe medische fouten doorbroken’ Netwerk, 18 mei 2004, 20.30u

Netwerk, 18 mei 2004, 20.30u

door W. van der Horst (Avro)

In Netwerk spreken drie medici voor het eerst openlijk over hun fouten. Bij twee van hen was de medische misser zelfs fataal. Er rust een groot taboe op het onderwerp: artsen die medische fouten maken, komen daar vaak niet openlijk voor uit.

‘Gewoon fout’
Longarts Piet Postmus, dermatoloog Jannes van Everdingen en ex-huisarts en hoofdredacteur van het blad Medisch Contact Ben Crul, vertellen over hun betrokkenheid bij een medische fout. Van Everdingen: “Na de fout ging ik de patiënt medeschuldig maken, omdat ik vond dat hij me op een dwaalspoor had gebracht. Maar als je de zaak ‘sec’ bekijkt, ben ik gewoon fout. Er viel de patiënt niets te verwijten.”

Reputatieschade
Artsen houden in de regel hun mond over fouten. Volgens klinisch psycholoog Huub Buijssen komt dat, omdat de artsen bang zijn voor reputatieschade. “Als je een foutje maakt op een kantoor dan is dat jammer, bij een arts stopt soms het leven en zijn carrière.” Ook verzekeringsmaatschappijen zijn niet happig op openheid.

Taboe doorbroken
“Op een bepaalde manier wordt hier een taboe doorbroken,” zegt de voorzitter van de Orde voor Medisch Specialisten, Pieter Vierhout. Hij pleit in Netwerk voor meer openheid over medische fouten. “Eerlijkheid maakt dat je de patiënt inzichtelijk maakt wat er gebeurd is. Dat hij het begrijpt en niet het gevoel heeft dat hij belazerd wordt. Maar we moeten de patiënt vooraf ook duidelijk uitleggen wat er fout kan gaan. Wij zijn feilbaar.” Volgens Vierhout voorkomt openheid in veel gevallen een rechts- of tuchtzaak.

‘Uit de praktijk’
Huub Buijssen en Suzanne Buis schreven een boek met ervaringsverhalen van artsen en een handreiking voor zelfhulp en nazorg bij psychotrauma’s in de zorg. In de bundel wordt ook aandacht besteed aan medische fouten. Het boek heet: ‘Uit de praktijk: Indringende levensverhalen van artsen. En een gids voor zelfhulp en nazorg na incidenten.

Sneller Beter
Minister Hoogervorst van Volksgezondheid, de Orde van medisch Specialisten en de ziekenhuisvereniging NVZ willen de kwaliteit en efficiency van ziekenhuizen verbeteren. Daartoe is president-directeur Willems van Shell vandaag geïnstalleerd om onderzoek te doen naar veiligheid in de zorg. Hij wordt speciale ‘gezant’ van het programma Sneller Beter.

‘Baas hoeft niet met zakdoekjes te wapperen’ De Volkskrant 5 oktober 2005

Door Miriam Immerzeel

Werknemers krijgen in hun werkomgeving vaker te maken met agressie. Opvang is van cruciaal belang. Vooral door de baas zelf. Mensen denken vaak dat het vooral om emoties gaat. Maar dat is een misverstand.

Een bankovervaller die een pistool op je slaap plaatst. Of een klant die zij grieven kracht bijzet met een honkbalknuppel. Steeds meer Nederlanders krijgen te maken met agressie op het werk. Van hotelmedewerkers tot ambulancepersoneel, van gemeenteambtenaren tot leerkrachten, veel beroepsgroepen begeven zich en de hufterzone. Daar lijkt een scheldpartij, bedreiging of erger inmiddels normaal.Zo heeft een kwart van de leerkrachten in het basisonderwijs afgelopen
schooljaar te maken gehad met agressie van ouders.In sommige gevallen leidt agressie en geweld tot langdurige uitval. Iets meer dan 2 procent van de werknemers zegt zelfs langer dan een
maand te hebben verzuimd als gevolg van agressie en geweld op het werk. Opmerkelijk is dat vooral jongere werknemers zeggen dat zij om die reden wel een verzuimen of minder goed functioneren. Belangrijk is dat werknemers die met agressie te maken hebben gehad,
goed worden opgevangen. Bijna 11 procent zegt behoefte te hebben aan hulp in het omgaan met conflicten, intimidatie of agressie.
En ze hebben groot gelijk vindt Huub Buijssen. Hij is zelfstandig psycholoog en schrijver
van diverse boeken over agressie, opvang na aangrijpende gebeurtenissen en preventie op het werk. Werknemers die goed zijn opgevangen, voelen zich gesteund en kunnen zelfs meer tevreden met hun baan zijn dan collega`s die nog nooit iets ergs op het werk hebben meegemaakt.
Slechte of geen opvang vergeten werknemers nooit. Ze blijven misschien wel werken, maar zijn het minst tevreden en gemotiveerd, aldus Buijssen. Vooral de direct leidinggevende speelt een bepalende rol, zo blijkt onder meer uit een peiling onder verpleegkundigen. Op de vraag wie ze
de belangrijkste steun vinden, kwam een opmerkelijk antwoord: hun manager. Dus niet collega`s, niet de familie en ook niet het bedrijfsomvangteam. Medewerkers die iets meemaken op hun werk voelen zich niet alleen aangedaan door de dader, legt Buijssen uit, maar ook door hun werkgever. Vlak na een incident ben je als manager het gezicht van de organisatie. Er wordt verwacht dat je iets doet..De vraag is natuurlijk wat je dan moet doen in ieder geval is het
meestal niet nodig om meteen met zakdoeken te gaan wapperen. Mensen denken vaak dat het vooral om emoties gaat. “Dat is een misverstand”, zegt Rolf Kleber, bijzonder hoogleraar
psychotraumatologie aan de Universiteit Utrecht. De allereerst opvang moet heel praktisch zijn. Bij heel ernstige voorvallen is het vooral een kwestie van wegvoeren van het incident, schone kleding en contact met de familie en politie. Breng structuur aan in de situatie, daar
hebben slachtoffers van geweld behoefte aan. Maar daarna met er wel een moment komen dat alle betrokkenen even rustig gaan zitten. Na de eerste schrik wil de meerderheid meteen zijn
of haar verhaal kwijt, dus dan moet de manager gewoon luisteren. De rest die niet wel praten, moet je toch expliciet vragen of je iets voor ze kunt doen. Wat je in ieder geval niet moet zeggen, is dat het iedereen wel eens overkomt, waarschuwt Kleber. Zeg ook niet: ‘Jongens, het werk gaat door.’ Op zo`n moment gaat het om erkenning. “Ja, er is iets ergs gebeurd en ik vind het vreselijk voor je”. Ga ook niet de situatie zitten te vergelijken met iets wat jezelf ooit hebt
meegemaakt. Als leidinggevende heb je toch een andere rol. Want als de eerste consternatie voorbij is, is het vooral aan leidinggevenden om lering te trekken uit incidenten. Dat zijn ze niet
alleen verplicht aan hun medewerkers, maar ook aan de werkgever en de Arbo-wet. Aan klanten, leerlingen en patiënten kan een manager niet sleutelen. Maar wel aan de werkomstandigheden. Buijssen noemt de aanpak van een psychiatrisch ziekenhuis als voorbeeld.”Beetje bij
beetje kwam het erachter dat de overdracht tussen teams hét moment van de dag was dat patiënten onrustig werden en eerder agressief. Daar hebben ze op ingespeeld door de overdracht op een andere manier te doen, met meer medewerkers”.Er wordt veel van leidinggevenden geëist, vindt Buijssen. Ze moeten iemand kunnen troosten, maar tegelijk ook de belangen van de hele
afdeling in de gaten hoeden en die van de hele organisatie. Terwijl ze zelf misschien ook van de kaart zijn door het incident of door de confrontatie met het slachtoffer. Het licht er een beetje aan hoe intiem de verhoudingen zijn, maar echt je verdriet delen met medewerkers raden beide psychologen leidinggevenden niet aan.”Je kunt dan beter steun zoeken bij collega managers of je eigen leidinggevende. Veel bedrijven hebben vertrouwenspersonen of bedrijfsmaatschappelijk werkers in dienst”, aldus Kleber..Op langere termijn moeten direct leidinggevenden in de gaten houden of mensen niet posttraumatische stresstoornis ontwikkelen, een ernstige verwerkingsstoornis. Bij Buijssen legt uit:”Kunnen ze zich niet concentreren op hun werk, zijn er problemen thuis, komen ze afwezig en dof over? Dan is het tijd om professionele hulp te zoeken, ga niet zelf wroeten in iemand gevoelens.

Eerste hulp bij agressie:
1 Zoek uit wat precies is gebeurd.
2. Wie zijn er direct en indirect getroffen.
3. Welke behoeften hebben de medewerkers?
4. Wat moet je nu en wat later regelen?
5. Geef kwetsbare medewerkers extra aandacht.
6. Toon begrip.
7. Niet bagatelliseren, geen foute grappen.
8. Regel telefonisch contact met familie.
9. Informeer niet-betrokken medewerkers.
10.Informeer medewerkers over (professionele) vervolghulp